Minimumjeugdloon én flexwet op de schop. Is iedereen nu happy?

Gisteren maakte minister Asscher bekend dat er het een en ander gaat veranderen op de arbeidsmarkt. Zo wordt het minimumjeugdloon voor 21- en 22-jarigen in de loop der jaren afgeschaft en gaan de lonen voor 18-, 19- en 20-jarigen omhoog. Tegelijkertijd gaat de flexwet, ook wel de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) op de schop. De wet blijkt nogal te knellen in de praktijk. Maar is iedereen nu happy?

Over het afschaffen van het minimumjeugdloon waren de meningen verdeeld. Vanaf 18 ben je volwassen, klonk het voorargument van actievoerend Young&United. Het is gevaarlijk, zei de tegenpartij. Een minimumloon beschermt immers de mensen die opereren aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Toch lijkt minister Asscher nu gezwicht voor het ja-kamp en bereid de regels rondom het minimumjeugdloon (voor het eerst sinds 1984) aan te passen. Stapsgewijs zullen jongeren vanaf 21 jaar hetzelfde gaan verdienen als volwassenen. Een “historische stap, afgedwongen door de vele acties van jongeren die aangesloten zijn bij FNV” aldus FNV-voorzitter Ton Heerts op FNV.nl.

De Wet Werk en Zekerheid zorgde voor veel minder verdeeldheid. Eigenlijk klinken er sinds het in het leven blazen van de wet alleen maar negatieve berichten. De wet zou voor een fatsoenlijke arbeidsmarkt moeten zorgen, door het ontslagrecht sneller en goedkoper te maken, de rechtspositie van flexwerkers te versterken en meer mensen uit de WW aan het werk te krijgen. Maar ontvangen flexwerkers daadwerkelijk sneller een vast contract? En komen mensen in de WW, door de hete adem in hun nek, inderdaad sneller aan het werk? Werkend Nederland is sceptisch. De wet zou juist averechts werken.

Dat de flexwet in de praktijk in ieder geval op sommige plekken knelt, kon ook Asscher niet langer ontkennen. Sectoren met seizoenswerk zoals de horeca en de tuinbouw kwamen in de problemen omdat werkgevers verplicht werden hun werknemers in vaste dienst te nemen óf een half jaar op straat te zetten. Voor seizoensgebonden werkzaamheden wordt daarom nu een uitzondering gemaakt. In plaats van na zes maanden mogen werkgevers hun werknemers na drie maanden alweer een nieuw tijdelijk contract aanbieden – net zoals in de oude situatie. Asscher op NU.nl: “Zo kun je gewoon doorwerken met dezelfde seizoenskrachten.”

Maar wat te denken van invalkrachten in het onderwijs? Of trainers bij sportclubs die in de vrije zomermaanden niet doorbetaald (kunnen) worden? Het is de vraag of de flexwet niet nog verder op de schop gaat of zelfs bij het oud vuil gezet gaat worden. De beoogde zekerheid is in ieder geval ver te zoeken. Wordt vervolgd..