Aantal boemerangkinderen neemt toe

De een moet er niet aan denken, de ander vindt het wel zo makkelijk. Na een tijdje op jezelf gewoond te hebben, terugkeren naar het ouderlijk huis. Volgens het Centraal Bureau van de Statistiek keert een kwart van de jongeren die het huis uit gaat, binnen vijf jaar terug naar het ouderlijk huis. Dit aantal ‘boemerangkinderen’ is de afgelopen jaren licht gestegen.

In de jaren ’70 keerde slechts een op de tien jongeren binnen vijf jaar terug. Een groot verschil met de hedendaagse situatie. Niet voor niets wordt er gesproken van een Boemerang generatie. Uit het onderzoek van het CBS blijkt dat boemerangkinderen vaker meisjes dan jongens zijn. Dit heeft te maken met de leeftijd. Meisjes gaan gemiddeld op jongere leeftijd het huis uit. En hoe jonger iemand was toen hij of zij het ouderlijk huis verliet, hoe eerder ze weer terugkomen.

Als ze eenmaal terug zijn op het ouderlijk nest, zijn het de jongens die langer blijven hangen dan de meisjes. Jan Latten, sociaal demograaf van het CBS tegen de NOS: “Twee jaar na terugkeer woont iets minder dan de helft van de jongens nog steeds in het ouderlijk huis. Bij meisjes is dat 37 procent”.

Geldgebrek
“Een verbroken relatie wordt het meest genoemd als reden om terug te keren. Een relatie is minder vast dan vroeger. Het gaat vaak om een samenwoonrelatie, zonder getrouwd te zijn. In die zin is het meer trial and error: samen kijken hoe dat nou is om samen te wonen”, vertelt Latten. Ook geldgebrek wordt vaak genoemd als reden om terug te keren. Als er geen studiefinanciering meer binnenkomt en er is ook nog geen baan gevonden, dan is het lastig iedere maand de huur op te hoesten.

Volgens Latten hoort de stijging van boemerangkinderen bij de huidige tijdsgeest. Een vaste baan en relatie worden later gevonden en aangegaan dan vroeger. “In de jaren 70 zag je dat een vrouw van 24 getrouwd was en een eerste kind kreeg. Dat gebeurt nu bij iemand rond de dertig. Jongeren hebben meer tijd nodig om zichzelf te ontplooien, te leren en kennen en te weten wat ze willen.”